DDR voor beginners

Haagse Columnisten, 5 januari 2008

DDR voor beginners
Marjolijn Uitzinger

Berlijn – Wie de DDR niet aan den lijve heeft ondervonden, heeft in het herenigde Duitsland te kampen met een achterstand die eigenlijk niet valt in te lopen. Het gaat daarbij niet zozeer om Checkpoint Charley, de Bernauer Strasse waar de Muur dwars doorheen liep, of om het niemandsland, de Todesstreifen, waar de grenswachten met scherp mochten schieten op mannen, vrouwen en kinderen. Nee, ik bedoel het gewone leven achter de grens, van kinderen die voor het slapen gaan nog even mochten kijken naar Sandmännchen (wegens onverwoestbare populariteit nu nog steeds te zien), jongeren die lid waren van Die Freien Deutsche Jugend (FDJ) of als ze daarvoor nog te klein waren, de Junge Pioniere. Het gezin dat apetrots was op het bezit van de Trabant, de rijen bij de winkels. Een zee van grote en kleine feiten, gebeurtenissen, namen en bijnamen, emoties, herinneringen en grappen, die je als niet-DDR-kenner in de loop van de tijd wel een beetje leert kennen en waarderen, maar die nooit onderdeel zullen worden van je eigen cultuur.

Je kunt de architectuur uit die tijd bestuderen, bijvoorbeeld de openbare gebouwen, de plechtstatige Karl-Marx-Allee uit de jaren vijftig (destijds Stalin Allee) en de eindeloze rijen flats die bekend staan als Plattenbau. Je kunt deftige musea bezoeken, waar de DDR wordt verklaard aan de hand van documenten, kranten, films en boeken, of gaan kijken naar de meer populaire tentoonstellingen waarbij eierdopjes, bekers, meubels, lampen, televisietoestellen en jurken het beeld van een tijdperk en een samenleving schetsen. Heel goed voor de oriëntatie zijn films als Good bye Lenin! en Das Leben der Anderen, en niet te vergeten Sonnenallee, een humoristisch juweeltje over een Oostberlijns gezin dat vlakbij de Muur woont, compleet met recalcitrante rock & roll-jongeren. Een must is ook het Stasi-hoofdkwartier in de Normannenstrasse, inclusief de werkkamer van Erich Mielke, de bovenbaas van de geheime dienst, en de Stasi-gevangenis van Hohenschönhausen. Praat met mensen, jong en oud, die in de DDR hebben geleefd en daaraan fikse trauma’s en frustraties danwel nostalgische gevoelens hebben overgehouden – je wordt er wijzer van, maar als je er niet geweest bent, blijf je een buitenstaander.

Wie echter niet bij de pakken neer wil zitten en toch iets wil begrijpen van Oost-Duitsland en de Oostduitsers, de Ossi’s, (en wie in Berlijn woont kan eenvoudig niet anders) heeft nu de mogelijkheid zich op een prettige manier “in te lezen” in de Deutsche Demokratische Republik van Walter Ulbricht en Erich Honecker. “Fascinatie DDR” heet het recent verschenen boek van Friso de Zeeuw, parttime hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en directeur Nieuwe Markten bij Rabo Bouwfonds Development. Geen historicus dus, maar wel zodanig gegrepen door de geschiedenis van het land aan de andere kant van het IJzeren Gordijn, dat hij samen met zijn vrouw Thea zelfs een DDR-museum heeft opgericht in zijn woonplaats Monnickendam (www.ddr-museum.nl).

Het boek “Fascinatie DDR”, kleurig geïllustreerd met allerlei voorwerpen en afbeeldingen die in het museum van De Zeeuw te zien zijn, schildert de samenleving van toen, aan de hand van een aantal trefwoorden, zoals de almachtige socialistische eenheidspartij de SED, de jeugdbeweging, de informele economie, de vakantie, topsport, de positie van de vrouw, film en televisie, de informele economie, de rijen voor de winkels (“Eerst in de rij, daarna kijken wat er is”) en de ruilhandel. En niet te vergeten het DDR-design en de kwaliteitsprodukten – en die waren er wel degelijk, want de lenzenfabriek van Carl Zeiss in Jena is nog steeds wereldberoemd. En wie had er in de jaren zestig en zeventig niet een Praktica-camera of een Erika-schrijfmachine?

Vooral de bijnamencultuur tierde welig. Dat het onder Honecker gebouwde peperdure Palast der Republik in Berlijn (inmiddels bijna volledig afgebroken) Erichs Lampenladen werd genoemd vanwege de uitbundige verlichting weten de geïnteresseerde Berlijngangers wel, maar er werd ook gesproken over het Palazzo Prozzi en Ballast der Republik. De Trabant (levertijd 12 tot 15 jaar), geheel uit kunststof vervaardigd, stond bekend als Renpappe danwel Plastikbombe. Zo ongeveer iedere Oostduitse familie kon de Westduitse televisie ontvangen en tot verdriet van de leiders waren ARD en ZDF buitengewoon populair. Alleen in de omgeving van Dresden kon men deze felbegeerde kanalen niet zien; daarom stond dit deel van Saksen bekend als het Tal der Ahnungslosen, het dal van de argelozen, aldus Friso de Zeeuw, die ook heeft berekend dat elke DDR-burger in zijn leven minstens tien onderscheidingen heeft gekregen. De politieke partijen die naast de SED (2,2 miljoen leden) ook nog een beetje meededen, werden “blokfluitpartijen” genoemd, omdat ze volkomen naar het pijpen van de SED dansten.

Ook het verschijnsel van de Ostalgie wordt in het boek beschreven en verklaard. Het terugverlangen naar de goede kanten van de DDR en de revival van DDR-produkten is, aldus De Zeeuw, meer dan een hype. Het is, zegt hij, een reactie op de algemene veroordeling van de DDR na de Wende. Zelf spreek ik uitsluitend Ossi’s die zich opgesloten, verraden en bespioneerd hebben gevoeld, gescheiden van hun geliefden in het westen, kortgehouden en tekortgedaan. Ik ben er slechts twee keer heel kort geweest en ik vond het er grauw, vijandig en troosteloos. Maar misschien is dat maar een deel van de waarheid.

Fascinatie DDR
Friso de Zeeuw
Uitgegeven bij Malherbe & Partner
ISBN 978-90-75717-70-9
Prijs 29,90