Meezingkoor Waterland komt het beste uit de verf in de omgeving van water en schepen. Dat is niet verwonderlijk; de bakermat van dit koor ligt in het pittoreske Zuiderzeestadje Monnickendam.
Hier heeft inmiddels een vloot van 15 traditionele schepen zijn thuisbasis. 
Op de jaarlijkse Vlootdag, aan het begin van het vaarseizoen, presenteert zich deze vloot aan het publiek met een open dag.
Ik heb als wethouder, in de tachtiger jaren, nog de eerste stappen van de Bruine Vloot mogen begeleiden. De eigenaars van de zeilschepen waren toen wilde, ruwe jongens die roken naar de olie en de halve machinekamer onder hun nagels meenamen. Zij bleken de wegbereiders van een inmiddels volwassen bedrijfstak die zich specialiseert in zeiltochten met groepen op het IJsselmeer en de Waddenzee. Kijk hier voor meer informatie.

Op 7 april 2012 trad Meezingkoor Waterland weer aan om deze Vlootdag muzikaal luister bij te zetten. Op het filmpje brengen wij het toepasselijke lied Hoor je het ruisen der golven ten gehore. De Sunstreams en de Havenzangers maakten deze – van oorsprong Duitse – melodie wereldberoemd in Nederland. Carla Holtkamp maakte de filmopname.
![]() |
![]() |
Het orkest bestaat uit Ina van Veen (accordeon), Paul Schoonderwoerd (gitaar) en Friso de Zeeuw (drums). De bespelers van onze unieke theekistbas, Paul Holtkamp en Hans Broeren konden er deze keer niet bij zijn. En onze sublieme reserve-accordeonist Rinus Demoité zong mee.
En wie is die hooggeplaatste en enthousiaste voorzwaaier? Dat is Nella Roffelsen, beter bekend als de Monnickendamse Mama Cash (volgens eigen zeggen: ’’meer mama dan cash’’).
-
Onze praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft organiseerde samen met congresbureau Rostra op 15 maart 2012 wederom een groot -en deze keer overtekend -symposium rond het thema ‘gebiedsontwikkeling’. Wij lieten zien wat wel kan werken, welke aanpak en partners perspectief bieden. Maar ook wat wij naar de afdeling wishfull thinking moeten deponeren.
Een videoreportage (van een kwartier) geeft de stellingnames weer van de inleiders Roger van Boxtel, Henk Ovink, Friso de Zeeuw, Taco van Hoek, Peter Jansen, Guido Verhoef, Mary Fiers en Rob de Jong.



Alles over het congres is hier te lezen.
Mij inspireerde het symposium tot de volgende beschouwing.
“Breek dat kolossale AMC maar af”. Dat radicale advies gaf Roger van Boxtel, topman van zorgverzekeraar Menzis, op ons congres.
Aan de zuidrand van Amsterdam staat een van de grootste ziekenhuizen van ons land, het Academisch Medisch Centrum, kortweg AMC. Rijdend op de A2 vanuit Utrecht, zie je het megagebouw al van verre. Van Boxtel bracht met zijn uitspraak tot uitdrukking dat de grote algemene ziekenhuizen hun langste tijd gehad hebben. In zijn visie krijgen een , met de voortgaande vergrijzing van onze bevolking een decentralisatie van dagelijkse zorgvoorzieningen, eerstelijnszorg en poliklinieken op wijkniveau. Hij voorziet voor specialistische hulp juist een schaalvergroting, anders worden deze voorzieningen onbetaalbaar. Vooral de mensen in de dunbevolkte delen van ons land merken; zij zullen langer moeten reizen.
Directeur Rob de Jong van centrumplan-ontwikkelaar Leijten liet daarna zijn licht schijnen over het perspectief van de retailbranche. Hij voorziet een zekere concentratie van winkelcentra voor de dagelijkse boodschappen en – op een hoger schaalniveau uiteraard – eveneens voor het niet-dagelijkse shoppen. Verder voorspelt hij dat de ’verblokkering’ onstuitbaar doorzet.
Alleen al met deze twee voorbeelden zien wij uiteenlopende tendensen in het voorzieningenpatroon van onze buurten, wijken dorpen en steden. Op gebieds(her)ontwikkeling hebben deze veranderingen uiteraard grote invloed. De tendens is niet eendimensionaal grootschaliger of kleinschaliger. Het hangt vooral af van veranderingen in de (koopkrachtige) vraag van mensen. En ook van de kostenontwikkeling, wijze van bekostiging en de technologische ontwikkeling in de betreffende branche.
Het gaat echter niet alleen om fysieke schaalvergroting of -verkleining van voorzieningen. Het gaat ook om zeggenschap, herkenbaarheid (of juist vervreemding) en emotie.
Ik zie verband tussen het terugdringen van megalomane organisatiestructuren, overburocratisering en de menselijke maat gebiedsontwikkelingen. Wij moeten beter aansluiten op de beleving en appreciatie van mensen. En tegelijkertijd beslissen, genieten en betalen weer dichter bij elkaar brengen. In de zorg – met zijn totaal uit de handlopende kosten – is dat onontkoombaar, zo maakte van Boxtel ons duidelijk. Waar dat al wel het geval is, zoals in de winkelvoorzieningen, moeten we de mensen direct confronteren met hun keuze voor de Blokker, het Kruidvat en Miss Etam. Waar het kan wel ruimte maken voor lokale winkels, als aanvulling, dat is de les van Rob de Jong. Overigens kunnen nieuwkomers in de wereld van retailketens voor ongekende dynamiek zorgen. Nu mijn echtgenote de Primark in Zaandam heeft ontdekt, zien mijn zaterdagen er anders uit.

-
De succesvolste Oostenrijkse schlagerzanger heet Hansi Hinterseer. In het kader van zijn Europatournee gaf hij 14 maart 2012 een concert in de Zwolse IJsselhal.
De vijf dames die de praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft runnen, leek het een lumineus idee om mij voor mijn zestigste verjaardag twee kaartjes voor dit evenement cadeau te doen. Leuk, maar wie krijg je mee naar zo’n voorstelling? Wie weet eigenlijk in het westen van ons land wie deze Hansi is? Alleen al het zien van zijn foto doet velen lachend afhaken; een youtube-filmpje met deze artiest hoeven zij echt niet te zien.

Van mijn Bouwfonds-collega Jasper de Boom (directeur communicatie) wist ik echter dat hij in de brand zou staan om mij te vergezellen. Wij mogen bij voorbeeld graag van gedachten wisselen over laatste cd van die Flippers of Andrea Berg.
Zo’n 2000 landgenoten bevolkten de IJsselhal. Dat illustreert nog eens de culturele scheidslijn die door Nederland loopt. Ten zuiden van de grote rivieren en ten oosten van de IJssel waardeert men het Duitstalige schlagerrepertoire dat in de westen onbekend is en verguist wordt. En we weten dat de publieke omroep zich vast in westerse handen bevindt….
Hoe was Hansi? Het is geen geweldige zanger, met een beperkt bereik. Hij moet het hebben van zijn innemende sexy, lievige uitstraling, die vooral bij wat oudere vrouwen een gevoelige snaar raakt. Hansi, een voormalig ski-kampioen, maakt zich volstrekt niet druk op het podium, hij zingt relaxt, beweegt nauwelijks en wiegt hooguit iets met heupen (opwinding bij de dames!). Het deel voor de pauze staat in het teken van het Alpenländische volkstümliche idioom, in een traditionele aankleding en een hoog accordeongehalte. De begeleidingsband Tiroler Echo is klasse (en zou muzikaal best zonder Hansi kunnen…).

Na de pauze krijgen we een suikerzoet doorsnee-schlagerrepertoire voorgeschoteld. We vielen bijna in slaap. Binnen dat genre kan je beter naar Helene Fischer gaan (in oktober in IJsselhal te zien). Mooie liedjes, prima stem en een show waar je Sie tegen zegt.
-
Assen heeft een ambitieus gemeentebestuur. Dat is af te lezen aan de projecten die men onlangs realiseerde en de plannen die nog op stapel staan. Daarbij valt op dat het college van b en w de zaken financieel strak aanstuurt en over de risico’s intensief met de gemeenteraad communiceert. Dat bleek het in stedenbouw en architectuur geinteresseerde genootschap De stad is een gedicht. Dit gezelschap bracht 10 en 11 maart 2012 op uitnodiging van burgemeester Sicko Heldoorn en zijn partner Anja Hiemstra (zelf leden van het genootschap) een bezoek aan de Drentse hoofdstad.

Ik belicht drie projecten. Onlangs opende het vernieuwde Drents Museum zijn deuren. De grotendeels onder het maaiveld gelegen enorme ruimten die architect Erick van Egeraat creëerde zijn indrukwekkend evenals het harmonie van monumentale oud- en nieuwbouw. Een mooie en functionele culturele voorziening voor een breed publiek die binnen het financiële kader van € 15 miljoen is gerealiseerd. Het kan nog, met een ondernemende en volhardende museumdirecteur die met twee benen op de grond blijft staan. Het politiek bestuur ondersteunt, opereert doortastend en zorgt voor draagvlak. Dat is andere koek dan het klooiwerk van €15 miljoen bij het Nationaal Historisch Museum (meer daarover in een eerder nieuwsbericht op deze site).
Dan verplaatsen wij ons naar het nieuwe culturele complex De Nieuwe Kolk. Een kolossaal complex met dito ondergrondse parkeergarage. Kosten € 100 miljoen. Het staat op naam van Architectenbureau De Zwarte Hond en ook hier is een gebouw neergezet waar duidelijk uit blijkt dat Assen op cultureel gebied grote aspiraties heeft. Opvallend puntje in het ontwerp vonden wij de verticale geleding en ritmiek van de buitengevel die ons aan het idioom van Albert Speer deed denken.
Een theater met een grote zaal met 850 stoelen, een kleine zaal met 240 stoelen, 5 filmzalen, een bibliotheek en een kunstuitleen. Toe maar. Op onze vraag of deze accommodatie – bij het halen van de beoogde bezoekersaantallen – de voorzieningen in de omliggende plaatse dreigt te kannibaliseren draaide cultuurwethouder Maurice Hoogeveen er niet omheen.

Wij sluiten af met een bezoek aan de maquette van de FlorijnAs. De aansturende wethouders Henk Matthijsse en Jaap Kuin willen met dit programma de infrastructuur toekomstklaar maken, het openbaar vervoer uitbreiden, delen van de stad logischer op elkaar aansluiten, meer woningen in de bestaande stad bouwen, de komst van kennisintensieve bedrijven bevorderen, het water in het stadsbeeld terughalen en landschap en natuur versterken. Infrastructuur is mede als ruggengraat gekozen omdat op die titel het gemeentebestuur € 200 miljoen (!) uit de compensatiegelden voor het schappen van de Zuiderzeespoorlijn kon binnenroeien. Slim gedaan. De kracht zit ‘m per saldo vooral in de samenhang die men in de toekomstvisie op de stad heeft weten te realiseren.
Dynamiek, degelijkheid, ambitieus en ontspannen door het leven gaan, dat zijn de vier kernmerken van het Assense gemeentebestuur. Ietsje dimmen met de ambities zou ze perfect in balans brengen.
Foto’s: Harry Cock
-

Schaatsen, skiën en carnaval, dat zijn activiteiten met een hoog autochtoon gehalte. Allochtone deelnemers vormen een uitzondering. Des opmerkelijker dat in Maastricht de afgelopen carnavalsdagen ineens overal Chinezen opdoken. Op straat, nauwelijks in de kroegen.
![]() |
![]() |
![]() |
Je moet er wel oog voor hebben want zijn een kop kleiner dan de landgenoten en gedragen zich onopvallend en allerminst luidruchtig. Onderzoek wees uit dat het Chinese studenten aan de universiteiten van Maastricht, Eindhoven, Tilburg, Delft en Rotterdam betrof. Ze zijn afkomstig uit Beging, Sjanghai en Hong Kong, maar hier had ik het idee dat men maar een van deze plaatsen noemde, om mij niet vermoeien met een – voor ons – nietszeggende naam van een van de vele miljoenensteden…
![]() |
![]() |
De jonge vrouwen waren verreweg in de meerderheid. Een enkeling sprak een aardig mondje Nederlands. Aarzelend hadden sommigen zich al wat geschminkt of een hoedje opgezet.
Weer een ander had haar ouders over laten komen.
Desgevraagd vertelden zeiden allen zich prima te vermaken in het carnavalsgedruis; en dat was ze aan te zien.
Nog twee bijzonderheden. Eén Chinese dame had alle schroom laten varen en zich uitgedost als wulpse serveerster, inclusief de daarbij passende houding.

En wij ontmoetten een rare Chinees die aan alle klassieke clichés beantwoordde….
-
De euro-crisis legt nog eens de nauwe economische en financiële banden tussen Nederland en Duitsland bloot. De afhankelijk van de Nederlandse economie van de Duitse Wirtschaft is groot en zal dat ook blijven. Ons exportvolume naar China bedraagt minder van 10% van dat naar de oosterburen. In de afgelopen decennia is de emotionele aversie van een deel van Nederlandse bevolking jegens Duitland verdampt.
Nu Berlijn vooral aandacht heeft voor Frankrijk en de Oost-Europese EU-lidstaten is de vraag hoe wij, als kleinere buur, onze banden met Duitsland verstevigen.
Die route loopt ogenschijnlijk via een omweg: de deelstaat Noordrijn-Westfalen (NRW). Dat Bundesland is binnen de Bondsrepubliek verreweg onze belangrijkste handelspartner (ca. 45%), goed voor een jaarlijks exportvolume van € 25miljard. Met 18 miljoen inwoners heeft NWR een omvang die vergelijkbaar is met Nederland en België. Het vereenzelvigen van NRW met een ’verouderd en verarmd Ruhrgebied’ slaat de plank volkomen mis. Wie bijvoorbeeld Dortmund bezoekt, treft geen mooie, maar wel een welvarende stad aan. De zone Duisburg/Düsseldorf/Keulen/Bonn gaat het economisch voor de wind; de stevige vastgoedprijzen weerspiegelen dat.
In 2008 hebben de Beneluxlanden en NRW besloten hechter te gaan samenwerken. Voor de eerste fase van de samenwerking zijn in 2010 vijf prioriteiten geagendeerd: rampenbestrijding, politiesamenwerking, luchtkwaliteit, ruimtelijke ontwikkeling en voedselveiligheid. Niet erg tot de verbeelding sprekend, maar wel een begin.
Het is een geschikt moment om de krachtenbundeling een nieuwe impuls te geven en op hoger plan te brengen, nu de kaarten in het Europese huis opnieuw worden geschud. Laat NRW als volwaardig lid tot de Benelux toetreden. En breid het samenwerkingsdomein uit met o.m. infrastructuur, economie, energie en onderwijs.
Sinds de verplaatsing van het politiek-geografische zwaartepunt van Duitland in oostelijke richting, van Bonn naar Berlijn, richt de deelstaatregering van NWR zich meer naar het westen. De ministerpresidenten Clement (SPD) en Rütgers (CDU) van NRW hebben zich daarvoor eerder ingespannen.

Een lastigheid vormt de staatsrechtelijke incongruentie. Bij de fusie-gedachte acteren immers nationale regeringen op gelijk niveau met een deelstaatregering. Het wordt tijd om over dit formele bezwaar heen te stappen. We leven – ook in het politiek-bestuurlijke internationale verkeer – in een netwerksamenleving. Dat heeft ook voordelen. NRW heeft directe toegang tot de Bondsregering in Berlijn, terwijl de Beneluxlanden directe toegang hebben tot Brussel.
In de regio NRW-Benelux leven 45 miljoen mensen, iets minder dan 10% van de totale bevolking van de EU. Dit ´Eurodeltagebied´ heeft een ijzersterke economische en sociale uitgangspositie.
Zo slaan we twee vliegen in een klap: positieversterking van het Eurodeltagebied en een nauwere vervlechting van Nederland met de Bondsrepubliek.
Luister naar het interview op BNR-radio en lees het interview in dagblad Trouw.
Voor het Nationaal Historisch Museum (NHM) is nu eindelijk officieel het doek gevallen. De twee voormalige directeuren proberen zelfs in hun laatste ademtocht het argeloze publiek nog een loer te draaien. Bij wijze van slotact hebben zij de doorgaans scherpe observator Bas Heijne gevraagd een essay te schrijven over de teloorgang.
De NRC van 3 januari vond het nodig om zijn betoog volledig af te drukken. Ik heb zelden zo’n opgeblazen onzinverhaal gelezen. Heijne maakt van het discours rond het NHM een gigantisch nationaal drama, met als onderwerp: een heftige ideologische strijd tussen verschillende geschiedenis-opvattingen. Hij concludeert: ‘Terugkijkend op het NHM zien we ons huidige onvermogen – om met de crisis om te gaan – in zijn volle glorie’.
Pure lariekoek. Paul Scholten, oud-burgemeester van Arnhem, reageerde scherp met een ingezonden stuk in de krant van 5 januari. Hij stelt dat het museum faalde omdat de directie zich niet aan de opdracht hield. Directeur Erik Schilp verkoos zijn eigen funest gebleken postmoderne hutspot-spoor. Zo is het maar net.
Er was een vrij helder concept voor het museum, met de canon als inhoudelijke basis en een fraai schetsontwerp voor een gebouw. Het is echt niet ingewikkeld om op die basis en met een gematigd budget een mooi museum in te richten. En gewoon, in een chronologische volgorde die iedereen begrijpt. Kijk naar talloze binnenlandse en buitenlandse historisch musea.
op de foto: de beide voormalige directeuren van NHM, met links de huidige burgemeester Pauline Krikke, in 2008
Wie heeft die directeuren in 2008 eigenlijk aangesteld? Een relevante vraag, want met die benoeming begon de ellende. Dat was de toenmalige minister van Cultuur, Ronald Plasterk. Dank daarvoor.
Intussen is door het geklooi van de directeuren wel 15 miljoen euro belastinggeld in de Noordzee gedonderd. Alleen dat al rechtvaardigt een gedegen essay over deze affaire. Ik zou zeggen: Paul Scholten zet ‘m op!
(gepubliceerd in VNG-Magazine digitaal, jan. 2012)
-
In de zomer van 2008 heb ik de dvd Berlijn met andere ogen geproduceerd. Samen met de Berlijnkenners Marjolijn Uitzinger en Jan Boeles laat ik plekken zien die vertellen over de verschillende episodes van de Duitse geschiedenis. Daarbij treden wij buiten de platgetreden toeristische paden. Velen hebben deze film al benut bij de voorbereiding van hun bezoek aan de Duitse hoofdstad. Nu de voorraad dvd ‘s is uitgeput, hebben wij hem nu in vijftien afzonderlijke deeltjes op youtube gezet.
Kijk hier voor het introfilmpje; de andere deeltjes staan in de buurt en die kan je via mijn videokanaal bereiken.
Dit zijn de locaties die wij laten zien:
Alte Garnisonsfriedhof, Onkel Toms Siedlung, Bundesministerium für Finanzen, Savignyplatz, Ruïne Palast der Republik, Bernauer Strasse, Literaturhaus, Spree Ufer, Kollwitzplatz, Nederlandse Ambassade, Karl Marx Allee met café Sybille, Max Liebermann Haus, Haus der Wannsee Konferenz, Olympisch Stadion met Glockenturm, Clärchens Ballhaus
Veel plezier bij het kijken. Met dank aan LVB Networks en Bouwfonds Ontwikkeling.
-
Het departement Creuse ligt midden in Frankrijk. Vernoemd naar de rivier de Creuse die het gebied doorkruist, in een heuvelachtig, groen landschap waarin alle kronkelweggetjes op elkaar lijken.
Sinds ca. 1980 krimpt de bevolking. Die moet het geld voornamelijk met landbouw verdienen; vleeskoeien staan op nummer één.
Er zijn nogal wat Nederlanders en Engelsen neergestreken, in een tweede woning. Onze Monnickendamse vrienden behoren sinds een decennium tot deze groep. Zij hebben een prachtig huis bij het dorpje Bonnat (ca. 1500 inwoners). Elk jaar krijgen wij een uitnodiging om met hen het locale pruimenfeest (Fête de Prunes) op te komen luisteren. Wij, dat wil zeggen een groep van 16 vrienden die ”toevallig” ook allemaal deel uitmaken van het Meezingkoor Waterland. Het hoogetepunt vormt de optocht met praalwagens door het dorp, onder muzikale begeleiding van de locale fanfare.
En dus ook van ons koortje, want wij horen er helemaal bij. Bij aankomst zoenen de leden van het organiserend comité ons uitvoerig. Dat is geen onverdeeld genoegen, want een tandarts in deze contreien kennelijk een onbekend fenomeen.
De optocht wordt traditioneel afgerond met een bezoek aan het bejaardentehuis. U begrijpt dat de oudjes al de hele middag zitten te wachten op de vrolijke tonen van de Jordaanwals en Heb je even voor mij …Ter overwinning van de taalbarriere dost de vrouwelijke helft van onze groep zich extra kleurrijk uit. In onderstaand beeld komt dat goed tot uiting. De oudste inwoonster van Bonnat en wijde omgeving weet dit zeer te waarderen.

Volgend jaar zijn we beslist weer van de partij.
-
Van de generatie muzikanten en zangers die vanaf pakweg 1940 tot 1965 furore maakte zijn er nog slechts twee in ons midden. Zij genoten in die tijd immense populariteit. Hun grote muzikaliteit staat in schril contrast met de gemiddelde popmuzikant van nu. De media hebben voor deze mensen nauwelijks aandacht; voor historisch besef moet je daar ook niet wezen. Het eerste beste Amerikaanse b-acteurtje krijgt een item op het NOS-journaal. Het overlijden van viool-virtuoos Frans Poptie, in december 2010, is aan de redactie voorbij gegaan.
Frans Poptie beheerste vele muziekgenres. In zijn nadagen trad hij op bij North Sea Jazz. Frans kende ik als een uiterst bescheiden man. Toen ik hem in 2006 met succes had voorgedragen voor een koninklijke onderscheiding, belde hij mij of het goed was dat hij met de tram naar de plechtige uitreiking in Den Haag zou gaan. Pontificaal ophalen met een luxe auto? Liever niet.
Poptie leidde in de jaren vijftig een ensemble dat de naam droeg van Eddy Christiani. Op onderstaande foto uit 1950 zien we Frans met viool en Eddy op gitaar.
Eddy (1918) was in de periode 1950-1958 verreweg de populairste Nederlandse zanger. Op de woelige baren, Spring maar achterop, Kleine Greetje uit de polder, Ouwe Taaie en Zonnig Madeira zijn slechts enkele van de tientallen megahits uit die tijd. Meezingkoor Waterland heeft de eer van het beschermheerschap van Eddy.

Samen met de burgemeester van Amstelveen, Jan van Zanen, en mijn medebestuurder van de Eddy-fanclub, Albert Mol, zocht ik hem op 19 augustus 2011 thuis op. Wij beleefden een bijzondere middag. Onder genot van enkele witte wijntjes, haalde Eddy Christiani – broos maar vief – herinneringen uit zijn gloriejaren op. Dat hij nog lang in goede gezondheid moge leven. Die wens geldt ook voor die andere Muzikale Grootheid van het eerste uur die nog in leven is: Annie de Reuver (1917), vooral bekend van: Kijk eens in de poppetjes van mijn ogen.

Dit land verwaarloost zijn muzikale oudgedienden schromelijk; de aandacht voor Johnny Hoes naar aanleiding van zijn overlijden, is een positieve uitzondering. Deze generatie heeft een groot stempel gedrukt op de Nederlandse lichte muziek. Hun liedjes zijn weliswaar niet meer op radio en tv te horen, maar prijken nog steeds op het repertoire van amateurkoren. Ook jongere generaties herkenen de melodieën. ”Tegenwoordig zijn er meer zangers dan behangers. En die produceren louter heipalenmuziek, met twee of drie akkoorden”, zo vertrouwde Eddy Christiani ons toe. Ouwe lullenpraat? Zeker, maar niet van elke waarheid ontbloot….
Kijk naar een zijn van de laatste optredens: Eddy Christiani in 2009 en de mooie reportage Profiel van de KRO, eveneens uit 2009.
-
Berlijn herdacht op 13 augustus 2011 dat vijftig jaar eerder het DDR-regime begon met de bouw van de Muur. De NOS berichtte er uitvoerig over. Plaats van handeling was de Bernauerstrasse, de straat waar de huizen in Oost-Berlijn stonden en de stoep in het Westen. Wie kent niet de dramatisch scènes waarin mensen uit ramen springen, een van de laatste mogelijkheden in die augustusweken om nog naar het westen te ontkomen.
De werkelijke motivatie voor de bouw van de Muur was hoofdzakelijk van economische aard. De DDR liep leeg, vooral vaklui en intellectuelen verlieten het land massaal, omdat West- Duitsland betere perspectieven bood. In 1961 bereikte de Vluchtwelle een nieuw hoogtepunt; 150.000 mensen verlieten de DDR.
In de warme zondagnacht van 12 op 13 augustus van dat jaar werden in Oost-Berlijn de grenzen met het westdeel van stad gesloten voor voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer. Onder militaire bewaking werd prikkeldraad uitgerold en kort daarna volgde de bouw van een twee meter hoge muur, dwars door Berlijn. De voorheen nog zo transparante Sectorengrenze tussen de Sovjet-zone en West-sectoren scheurde nu duizenden families uiteen. De Berlijners en de westerse wereld reageerden verrast en verbijsterd.
Terug naar de herdenking. Het officiële deel ’s ochtends verliep volgens het typisch Duitse stramien. Alle genodigden zeer stemmig, donker gekleed. De Bondspresident, Christian Wulf, houdt een moralistische rede en andere autoriteiten spreken in de zelfde trant. Plechtige sfeer. Een strijkje speelt. Kranslegging voor hen die vielen bij ontsnappingspogingen. 
’s Middags volgt een voor iedereen toegankelijk openlucht-Bühnenprogramm met uitgebreide gesprekken met Zeitzeugen uit die bewogen dagen. Vluchtelingen, vluchthelpers vertellen, maar ook bij voorbeeld toenmalige officieren van de westerse geallieerden. Het massaal aanwezig publiek luistert urenlang aandachtig (in Nederland beginnen bezoekers bij dit soort bijeenkomsten na een kwartiertje onderlinge gesprekken en heen en weer te lopen). 
Elk vluchtverhaal kan rekenen op waarderend applaus. Sommige van de uiteenzettingen zijn minutieus maar onbegrijpelijk, met ingewikkelde persoonsverwisselingen om de Grenzpolizei te misleiden.

De totale happening blijft toch vooral een West-Berlijns feestje. ’Gewone’ Oost-Berlijnse mensen komen nauwelijks aan het woord. Laat staan een grensbewaker of bouwer van de Muur. De typering van de Muur als absurde, dictatoriale en mensenverachtende maatregel is volkomen terecht. Maar de balans in het programma had beter gekund.
Het doet niet af aan het voorrecht om de unieke herdenking op deze historische plek meegemaakt te hebben.
Uitvoerige informatie over de Muur is op deze site te vinden.
-
Een groot aantal Nederlandse gemeenten koopt zelf grond (en gebouwen), maakt daar plannen voor, maakt de grond bouwrijp, legt voorzieningen aan en verkoopt vervolgens kavels aan marktpartijen die er kantoren, winkels, kantoren en bedrijfsbebouwing op realiseren. Deze gemeenten treden met het actief bedrijven van grondexploitatie feitelijk op als ondernemer en lopen dus risico s. Nu nagenoeg alle vastgoedprojecten stagneren en vertragen, dienen die risico s zich onbarmhartig aan. Men kampt met teruglopende inkomsten uit te realiseren grondexploitaties. Rentekosten lopen op als gevolg van van vertraging bij het uitrollen van de plannen op. Kosten van het maken van plannen en van externe adviseurs lopen door. Sommigen gronden komen nooit meer aan bod om te bebouwen. In het verlengde hiervan staan de totale gemeentelijke financiën onder druk, zo blijkt uit het rapport Financiële effecten crisis bij gemeentelijke grondbedrijven (Deloitte, 2010). De omvang en de effecten verschilt per gemeente. De totale ”schade” kan op zo n € 3 miljard worden begroot.
Het televisieprogramma Brandpunt besteedde in de aflevering van zondag 17 april aandacht aan de situatie. In deze uitzending vertellen burgemeester Ewald van Vliet van de gemeente Lansingerland ( foto links) en wethouder Margreet van Gastel van Arnhem (foto rechts) hun verhaal. 
René Buck en Friso de Zeeuw geven hun kritische visie. De reportage zet de probleemstelling heel helder neer. Met iets meer diepgang had tv-maker Aart Zeeman kunnen ontsnappen aan het wat eenzijdige beeld dat gemeenten er een potje van maken. Bekijk de reportage en het extra interview.
In tegenstelling tot private partijen hebben nog maar weinig gemeenten vlodoende afgeboekt op hun gronden en gemaakte kosten . Waar marktpartijen al weer voorzichtig naar voren kijken, richten veel gemeenten hun aandacht nog intern. Het effect van dalende grondprijzen is bij de meeste gemeenten nog niet verwerkt in grondexploitaties (residuele grondwaarden) en gaat men zlfs nog uit 1,5 tot 2 procent jaarlijkse waardestijging op grond. Veel gemeenten lijken te wachten op betere tijden, waardoor er geen beweging in de grondprijzen zit. Hoewel de financiële effecten beheersbaar zijn, gaan ze wel ten koste van andere gemeentelijke investeringen .

Gemeenten zouden meer risicoreserves aan moeten houden. Ook bestaat behoefte aan meer realisme en professionaliteit inde ”planeconomie”. Men moet afzien van sinterklaasplanning; het maken van té veel en té mooie plannen. Hoe hard deze cultuuromslag binnen de Nederlandse gemeenten nodig is zal de komende weken blijken, wanneer de gemeentelijke jaarrekeningen worden vastgesteld.
-
Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu nam uit mijn handen op 17 februari 2011 het eerst exemplaar in ontvangt van de Handreiking Gebiedsontwikkeling in een andere realiteit. Wat nu te doen?

De crisis heeft de wereld van gebiedsontwikkeling en vastgoed midscheeps geraakt. De handreiking is volgens de minister daarom bijzonder welkom. Gemeenten, projectontwikkelaars en corporaties hebben een harde landing gemaakt. Schultz van Haegen: ’’Het roer moet om, met een andere aanpak van de ruimtelijke ordening, waarin we praktische stappen vooruit zetten.’’Zij heeft geen behoefte aan weidse vergezichten.Volgens de minister moeten we de wensen van eindgebruikers als uitgangspunt nemen, vertrouwen op de eigen kracht van regio’s, zorgen dat we nieuwe combinaties maken en vooral: zorgen dat Nederland ‘van de handrem’ gaat, door regels en procedures drastisch te vereenvoudigen.
De overhandiging van de handreiking vond plaats tijdens een praktijkcongres over dit thema, in Stadion Galgenwaard te Utrecht. Wij hebben er een kort filmje van laten maken. De publicatie bevat handreikingen voor de praktijk om gebiedsontwikkelingen vlot te trekken.
In een toelichting op de Handreiking stelde ik dat de economie de verwaarloosde discipline was op alle schaalniveaus van ruimtelijke planning en investeringen. We moeten bij voorbeeld onderscheid benadrukken tussen economische groeiregio s, stabiele en krimpgebieden, in plaats van negeren: go with the flow. We moeten preciezer doen wat eindgebruikers willen in plaats van allerlei beleidswensen op elkaar stapelen. Marktpartijen kunnen en moeten nu waarmaken wat ze allemaal zeggen te kunnen. Plankosten moeten we halveren, evenals de proceduretijd (nu: 7 tot 15 jaar voor een binnenstedelijk plan). Speur naar opbrengstverhogingen. Afboeken op gronden; verlagen van grond-uitgifteprijzen (minus 20 %) en radicaal stoppen met de sinterklaasplanning zijn urgente acties. Een open houding van partijen bij weerbarstige heronderhandeling over vastgelopen plannen. Lokaal én regionaal prioriteiten stellen; dat geeft investeerders, financiers en beleggers vertrouwen.
De volledige Handreiking is hier te vinden evenals het tien-punten-actieplan, alsook de speech van Melanie Schultz.
.
Swingmuziek uit de dertiger en veertiger jaren. Het genre waar de orkesten van Benny Goodman, Tommy Dorsey en Artie Shaw en ontelbaar veel andere in uitblonken. Ella Fitzgerald, Peggy Lee en Helen Forrest zijn de bekendste zangeressen uit die tijd. Wie daar van houdt moet kennismaken met het Swing Dance Orchestra van Andrej Hermlin.
Het orkest voert de nummers in hun originele arrangementen uit en alleen de zang wordt versterkt. De kleding van de bandleden, zangers, zangeressen en dansers is in stijl. Elk jaar proberen wij in Berlijn tenminste een keer een concert – of juister gezegd: show – bij te wonen.

Ook de biografie van Andrej Hermlin (op de foto links) is interessant. Zoon van Stefan Hermlin, een van de bekendste schrijvers in de DDR. Hermlin sr. was zeker geen kritiekloze volger van het communistische DDR-regime. Niettemin leidde de mate waarin hij heeft meebewogen tot discussie.

Andrej leidde al een orkestje in de DDR-tijd. Hij speelde op het Alexanderplatz toen daar in de zomer van 1989 de rellen uitbraken die de opmaat vormden voor de val van de Muur in november. In datzelfde jaar leerde hij Bettina Labeau (rechts op onderste foto) kennen die hij als zangeres voor zijn band engageerde en met wie hij later trouwde. Bettina zingt nog steeds bij de band en draagt bij tot de onverwisselbare sound van het orkest. Van Andrej is zij inmiddels gescheiden.Die hertrouwde een Keniaanse en mengde zich in de Keniaanse politiek. Hun zoontje – het mannetje zal een jaar of acht zijn – staat inmiddels ook op de bühne en maakt zich verdienstelijk als tapdancer.
Als je aardigheid hebt in het genre, dan mag je een concert van het Swing Dance Orchestra in Berlijn niet missen. En ook de cd s zijn zeer de moeite waard.
-
Het tv-programma Huizenjacht (SBS 6) maakte op 23 december uitgebreid opnamen bij ons thuis. Een vast item in dit populaire programma besteedt aandacht aan mensen die bijzonder wonen. Het aparte bij ons is dat wij een museum ’’aan huis’’ hebben. De presentatie is in handen van Sjimmy Bruijninckx (tweede van links op de foto). Op 25 februari werd de mooie reportage uitgezonden.

-
In de NRC van 1 december 2010 neem ik stelling in de discussie over binnenstedelijk bouwen. In het interview met Bernard Hulsman betoog ik dat de ambitie van Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol (foto) - en veel vakgenoten en politieke bestuurders - om 80% van de woningopgave binnenstedelijk te realiseren onhaalbaar en onbetaalbaar is.
De praktijk van de afgelopen jaren is het aandeel binnenstedelijk circa 40 % (netto toevoeging aan de woningvoorraad). Waarschijnlijk blijft dit percentage min of meer gehandhaafd in de komende tijd. Daarbij moeten we veel nauwkeuriger inspelen op de wensen van kopers en huurders. Parkhaven (foto) in Utrecht is een voorbeeld hoe dat kan. Zo kunnen we ook gezinnen binnen de stad houden.
Dat bouwen buiten het bestaand stedelijk gebied per defintie leidt tot verrommeling is onjuist. Integendeel, met een goed (landschaps)ontwerp kan de ruimtelijke kwaliteit er op vooruit gaan. Lees het artikel.

-
De bezuinigingen op de kustsubsidies roept fel debat op. De econoom Pim van Klink legt in de Volkskrant van 29 oktober 2010 uit waarom die bezuinigingen helemaal geen ramp zijn. Sinds 1980 zijn de subsidies voor podiumkust met 100 % toegenomen terwijl het bezoek aan de voorstellingen met maar 38% toenam. Een bezoeker beltaalt nog maar 20 % van het entreekaartje zelf. Kunstenaars beoordelen zichzelf, via de Raad voor Cultuur en talrijke toekenningcommissies. Zo krijg je kunstkunst waar alleen nog een kleine elite belangstelling voor heeft.
In het buitenland betaalt men doorgaans aanzienlijk meer voor een kaartje. Bezuinigingen in Groot Brittannië en Vlaanderen hebben niet tot kaalslag geleid, maar juist tot een opleving van nieuwe artistieke initiatieven. Tot zover een paar conclusies van Klink. De inhoudelijke verdediging van de kunstsector komt zwak over. De strekking is steeds ’’kunst is een vorm van beschaving’’ en ‘’het zout in de pap van de maatschappij’’. Onbewezen stellingen die alleen diezelfde elite en hun entourage aanspreken. De wethouders van de grote steden gooiden het in een wanhoopsoffensief over de boeg van de economische spin-off van het uitgaansleven: horeca en taxiritjes. Zwak.
Ik vind het prima, die bezuinigingen; er had nog wel een schepje bovenop gekund. Eindelijk staat de gesubsidieerde elitekunst grondig ter discussie. Ik heb de afgelopen dertig jaar ervaren dat het starten van een kritisch gesprek over kunstsubsidies slechts leidt tot de kwalificatie: kunstbarbaar. Er is dus kennelijk een PVV voor nodig om hier een normaal gesprek over te kunnen voeren.
Kunstsubsidies worden tegenwoordig vaak neergezet als linkse hobby. Maar ook rechts heeft rare subsidiehobby’s. Ik noem als voorbeeld: de kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028. Voor deze bij voorbaat kansloze actie gaat dit kabinet tientallen miljoenen euro s verbranden.
En die subsidies voor het betaald voetbal dan? Terechte opmerking. De meeste gemeenteraden redden regelmatig voor de laatste keer hun locale noodlijdende club. Om het jaar daarna opnieuw de club van het faillissement te redden, voor allerlaatste keer. Tot het jaar daarna de club voor het aller-allerlaatste keer ‘’gered’’ wordt, met nieuwe ‘’afspraken’’. Elke keer voelen de gemeenteraadsleden de adem van stevige, getatoeëerde jongelui in hun nek. Reken maar dat dit niet zonder effect blijft. Daarnaast valt de planologische lenigheid op die gemeentebesturen aan de dag leggen als het om de bouw van nieuwe voetbalstadions gaat. Ze staan op de gekste plekken, compleet met kantoor- en winkelfuncties die daar tot dan toe beslist niet mochten.
Dus aan de andere kant van het maatschappelijke spectrum zijn de voetbalsubsidies net zo uit de hand gelopen als die voor de kunst. En ook op ander vlak hebben subsidies perverse werking: in het wonen en in duurzaamheid, om maar eens twee domeinen te noemen.
Maar ik wil tot slot nu even terug naar die kunstsubsidies. Een land als Oostenrijk getroost zich forse inspanningen voor de muzikale vorming van de schooljeugd. Dat blijft niet zonder gevolg. De amateurkunst staat op hoog niveau; bijna iedereen speelt wel een instrument. Is dat niet de juiste richting? Meer pret voor de mensen zelf en goedkoper voor de belastingbetaler.
-
Op 23 oktober 2010 bezocht ik de opening van de Dutch Design Week in Eindhoven , op uitnodiging van het provincie- en gemeentebestuur. Het leuke is dat de jonge ontwerpers hier dingen maken waarvoor ze zelf een afnemer moeten vinden. Dat verbindt het ontwerp met functionaliteit en met een kosten/opbrengsten opzet. Je begrijpt wat de studenten maken. Dat is verademing vergeleken met bij voorbeeld kunstenaars die kunst om de kunst zelf bedrijven, vaak op rekening van de belastingbetaler. Als het gaat om producten om met een hoog duurzaamheidgehalte is het ook verademing vergeleken met de missionaire bevlogenheid die wij bij voorbeeld van een club als de Urgenda kennen. Directe toepasbaarheid staat in de Dutch Design Week voorop. Eindhoven straalt bovendien enthousiasme, dynamiek en een bepaalde pioniersgeest uit die we in de meer gearriveerde (om niet te zeggen blasé) wereld van Amsterdam of Utrecht nog wel eens missen. Strijp S, het voormalige Phlips-complex dat nu in herontwikkeling is, leent zich uitstekend voor tentoonstelling van al die innovaties waarbij de makers zelf een toelichting geven.
Op de foto zijn we bij de stand van Design On Wheels waar de Brabantse gedeputeerde voor Econonische Zaken, ir. Lily Jacobs en ik uitleg krijgen van Frank Steeghs van het Automotive Technology Centre.
De auto op de foto is een toekomstmodel van Renault.
De duurzaamheidsfilosofie Cradle to Cradle (C2C) heeft in Nederland bijna godsdienstige proporties aangenomen. Het is voor redelijk eenvoudige producten en productieprocessen een bruikbare benadering. Vandaar dat een bedrijf als Desso er mee uit de voeten kan. De directie nodigde mijn collega dr. Bas van de Griendt (milieumanager van Bouwfonds Ontwikkeling) en mij uit voor een gesprek nadat wij in de media kritiek op C2C hadden geuit. Kern van de kritiek: oude wijn in nieuwe zakken, in sommige opzichten verouderd, niet breed toepasbaar en geldmakerij met een certificeringstraject.
”CRADLE TO CRADLE IS EEN DWAALSPOOR”
Voor gebiedsontwikkeling zijn wij nu bezig een praktische benadering te ontwerpen (ook als alternatief voor C2C). In het Bouwfonds-tijdschrift NAW hebben wij de contouren geschetst. Kernpunten zijn: duurzaamheid gaat over veel meer dan alleen CO2-uitstoot verminderen. Locale overheden hebben de neiging vooral hierop elkaar de loef af te willen steken. Het gaat ook over, bij voorbeeld, groen, water en cultuurhistorie. Bas van de Griendt (foto) introduceerde de MRE-benadering, dat staat voor Milieu, Ruimte en Economie.

Lees het dossier Duurzame Gebiedsontwikkeling. Ik ben van bezig in het kader van de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling dit jaar een ambitieuze, maar tegelijkertijd praktische en op haalbaarheid gerichte handreiking te componeren. Daar blijkt grote behoefte aan te bestaan.
.
”Hoe integraal kan ons waterveiligheidsbeleid écht zijn?” Bij het verschijnen van het rapport van de commissie-Veerman in 2008 voelde Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten van Bouwfonds Ontwikkeling, meteen nattigheid. In een column sprak hij de vrees uit dat het Deltaprogramma toch een sectorale koers zal kiezen. Iedereen zegt dat de plannen voor waterveiligheid onderdeel moeten vormen van integrale gebiedsontwikkeling, schreef hij, maar de ervaring leert dat een sectorale, verkokerde structuur zijn eigen werkelijkheid creëert.
Lees het hele artikel in NAW (juni 2010) , het magazine voor gebiedsontwikkeling van Bouwfonds Ontwikkeling. Met onder meer Wim Kuijken, Deltacommssaris.

Wim Kuijken: ”Tussen 2011 en 2015 verwacht ik spannende beslissingen, bij voorbeeld over de bescherming van de Rijnmond. Over buitendijks bouwen”
-
——————————————————————————————–
-
De regionale milieudienst van en voor de 16 gemeenten in Rijmond, de DCMR, betrok op 27 april een nieuw kantoor in Schiedam. Ter gelegenheid daarvan organiseerde men een feestelijk symposium onder de titel Inspiratie. Oud-premier Ruud Lubbers en SP-veteraan Remie Poppe behoorden tot de inleiders. Mij was gevraagd in te gaan op het vervolg het essay Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling dat in 2009 verscheen. Een kort verslag van het symposium is hier te vinden, evenals mijn presentatie en een videoregistratie van het congres.
De DCMR heeft zich ook zelf, bij monde van haar directeur Jan van den Heuvel, gemengd in de discussie. Het is opmerkelijk dat nu ook een gerenommeerde milieudienst zich kritisch uit over het vastgelopen omgevingsrecht. Kernpunt is de wens van de milieudienst naar meer speelruimte, eenvoud en flexibiliteit bij het bepalen van de (regionale) milieuruimte.


Ruud Lubbers (boven) en Friso de Zeeuw bij de DCMR. Let op de karakteristieke armgebaren.
-
Het thema groei en krimp van bevolking blijft actueel. Dat komt omdat wij in Nederland nog steeds moeten wennen aan het verschijnsel bevolkingskrimp. Het heeft uiteraard impact op de vraag naar (nieuwe) woningen, winkels, kantoren, scholen en andere voorzieningen. De Atlas voor gemeenten 2010 van dr. Gerard Marlet gaf het debat een nieuwe dimensie door enkele (voormalige) groeisteden in het westen van het land, zoals Spijkenisse en Almere, te bestempelen als potentiële krimpgemeenten. In het radioprogramma Tros Nieuwsshow van 24 april 2010 ondervroegen Mieke van de Weij en Peter de Bie (zie foto) mij hierover. 
Ik geef in de uitzending het voorbeeld van Helmond als een gemeente die met heel bewust beleid en maken van keuzes zijn positie heeft weten te verbeteren. En ik vergelijk de vorm van het economisch sterkste gebied van ons land met een rompertje. Een maand eerder publiceerde het vakblad RO-Magazine een artikel van Carla de Rie (foto), secretaris van het Topteam Krimp, en mij onder de titel Zes misverstanden over krimp.
Wij vergelijken de omgang met krimp met de verschillende fases van het menselijk rouwproces. Toch is het geen treurig artikel…
Armando woont sinds kort weer in Berlijn. Of juister gezegd: bij Berlijn, in Potsdam.
Armando (1929) behoort tot de belangrijkste na-oorlogse Nederlandse kunstenaars. Hij geniet internationale waardeerdering als beeldend kunstenaar, schrijver, film- en documentairemaker en violist.
Op 1 mei werd een kleine expositie geopend in het mooie slot Reinsberg, circa 100 km. boven Berlijn. Mijn echtgenote was bij opening aanwezig. Ook de burgemeester Albertine van Vliet van de stad waar het Armando-museum is gevestigd, Amersfoort, was present. Het gaat de kunstenaar weer beter zoals op deze foto te zien is, met links Albertine van Vliet en rechts Thea de Zeeuw.

–
Sind half april 2010 is het DDR-Museum weer open – op afspraak – voor publiek. Het museum was een half jaar gesloten in verband met een speciale expositie in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA).
Voor de geschiedenis van Duitsland, het communisme en Europa was 2009 een bijzonder jaar. Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur. Ter gelegenheid daarvan organiseerde het DDR museum een expositie over de DDR en (de val van) de Muur. Dat deden wij in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), op de derde verdieping, het Reizenplein, vanaf 9 november 2009 tot 1 februari 2010. Kijk hier naar tv-reportages en artikelen die aan de tentoonstelling zijn gewijd.
De opening, met 260 genodigden, vond plaats met een spetterend programma. Onder meer vertelde dr. Ben Bot, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en de eerste Nederlandse ambassadeur in de DDR over zijn belevenissen in de jaren zeventig in de DDR. Journaliste Annette Birschel interviewde hem. Er was film, toneel en poezie. De Duits-Nederlandse entertainer Sven Ratzke met zijn band sloot het programma af. Hij oogstte veel succes; hou deze jongen in de gaten.
Doel van de expositie was verbeelding van de samenleving van de DDR in al zijn tegenstrijdigheden. Tot en met de val de Muur. Die samenleving is alleen te begrijpen als men kennis neemt van zowel het politieke machtssysteem als van het dagelijks leven van de gewone mensen.
De begeleidende, geïllustreerde brochure, DDR in kort bestek, beschrijft beknopt de geschiedenis van de DDR. Anja Fricke, onze enthousiaste medewerker, zelf uit de DDR afkomstig, beschrijft in het boekje een aantal kenmerkende jeugdherinneringen.
-
In het radioprogramma Tros Nieuwsshow was ik op zaterdagochtend 20 juni 2009 te gast om te praten over de demografische krimp die nu al grote gevolgen heeft voor gebieden als Zuid-Limburg, Noordoost Groningen en Zeeuws-Vlaanderen. In het gesprek met Mieke van der Weij en Peter de Bie heb ik toegelicht dat je de bevolkingsontwikkeling in relatie moet zien met de ruimtelijk-economische ontwikkeling. Ons land kent groeiregio s (de A2-zone is de beangrijkste: Amsterdam, Utrecht, Den Bosch, Eindhoven), stabiliserende regio s (bij voorbeeld Arnhem-Nijmegen) en krimpgebieden, zoals het grootste deel van de drie Noordelijke provincies. Het is onontkoombaar dat bij voorbeeld de woningbouwplanning en ook de verdeelsysthematiek van het Gemeentefonds (nu op groei gebaseerd) worden aangepast aan deze nieuwe realiteit. Met de interviewers maakten wij er toch een luchtig gesprek van. Vooral de kreten rollator-economie en drentenieren leiden tot grote vrolijkheid. Voor wie het gesprek van ca. tien minuten wil horen: klik hier.
-
Het Meezingkoor Waterland onderhoudt al jaren vriendschappelijke betrekkingen met het koor Van Lieverlee uit Bergen op Zoom. Deze keer, op 17 mei 2009, was het onze beurt om onze zusters en broeders in Bergen te bezoeken. Wij worden altijd bijzonder hartelijk ontvangen in hun stamlokaal dat terecht De Bourgondiër heet. Van Lieverlee heeft bij elke ontmoeting een paar revue-achtige muzikale stukjes in petto. Het Meezingkoor Waterland wil daarij niet achterblijven en doet ook wat. Dit jaar was dat onder meer een parafrase op het liedje Twee Reebruine Ogen van de Selvera s. Dat werd dus Twee Reetbruine Ogen (die keken de jager aan). Ik speelde de jager. De beide dames waren uitgerust met kunstbillen waarop ogen waren aangebracht. Inderdaad: van hoogstaand amusement is hier geen sprake. Het beschaafde deel ons koor (ongeveer de helft) ging dit duidelijk te ver (”ordinair”). Onze Bergense vrienden zongen uit volle borst mee en hebben zich prima vermaakt. Dat lijkt mij van overwegend belang; we doen het immers voor de mensen.



De Tuney Tunes dateren uit 1953 en 1954
Eddy Christiani (92) was in de periode 1950-1958 verreweg de populairste Nederlandse zanger. Op de woelige baren, Spring maar achterop, Kleine Greetje uit de polder, Ouwe Taaie en Zonnig Madeira zijn slechts enkele van de tientallen megahits uit die tijd.
In de documentaire reeks Profiel is op 22 april 2009 een tv-portret over Eddy Christiani uitgezonden. Klik hier voor de videoweergave van deze uitzending. De makers zijn Jan Fillekers en Henk van der Horst, bekend van het befaamde tv-programma uit de zeventiger jaren Farce Majeur. In het Monnickendamse cafe De Zwaan interviewden de mannen mij over mijn vriendschap met de Levende Legende. Ook Jan Akkerman, Herman Pieter de Boer en Annie de Reuver komen in de film aan het woord. En natuurlijk Eddy zelf die in Monnickendam bij de opnames aanwezig was. Hij is ook beschermheer van het Meezingkoor Waterland en daarom is een kort optreden van ons koor opgenomen. Uiteraard met liedjes van Eddy. Kijk hier voor de foto s.
–
In een korte videofilm, gemaakt in maart 2009 door het adviesbureau Eiffel ter gelegenheid van het verschijnen van hun nieuwe publicatie over gebiedsontwikkeling, ga ik in op enkele actuele thema s rond gebiedsontwikkeling, waaronder de gevolgen van de financiele en economische crisis. Dit komt uitgebreider aan de orde in een boek dat Eiffel heeft gepubliceerd. Dit boek is door te bladeren en te downloaden door op het plaatje te klikken.

-
Het Meeezingkoor Waterland verzorgde op 12 april (eerste paasdag) 2009 een optreden in de Monnickendamse Haven ter gelegenheid van de Vlootdagen van de Bruine Vloot. Ons optreden met zeemansliedjes trok veel belangstelling. Eindelijk kon ik met goed fatsoen mijn bij deze ambiance passende kapteinsoutfit aantrekken.
-
Op 20 februari 2009 bracht de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft het rapport Doorbreek de impasse tussen milieu en gebiedsontwikkeling uit. Deze publicatie krijgt veel aandacht in de media. Nova besteedde er op 8 maart aandacht aan; klik hier voor de discussie van 10 minuten. Ook artikelen uit Trouw en Het Financiele Dagblad zijn te raadplegen.
Gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke investeringen, zoals stedelijke vernieuwingsplannen, woningbouw, infrastructuur en natuurontwikkeling lijden nu vaak onder uiterst gecompliceerde, langdurige besluitvormingsprocessen en vreugdeloos juridisch figuurzagen. De omgang met milieu-voorschriften levert steeds grotere problemen op in termen van tijd, geld en kwaliteit. Deze publicatie laat zien hoe we energie en geld zinvoller kunnen inzetten voor de ontwikkeling en realisering van plannen met een hoge ruimtelijke èn milieukwalteit. Daarmee valt aanzienlijke tijdswinst te boeken, wat in deze crisistijd essentieel is om de investeringsstromen op gang te houden.
Kernpunten van de voorstellen zijn: terugleggen van de afweging van belangen in de locale en provinciale politiek-bestuurlijke arena, een radicale modernisering van de Interimwet Stad en Milieu, een offensief richting Brussel om de Europese milieuregelgeving werkbaar te maken en versterking van locale projectorganisaties en ambtelijke kwaliteit.
Wat het advies van de Commissie Elverding is voor de versnelling van de besluitvorming over infrastructuur, betekent Doorbreek de impasse voor gebiedsontwikkeling.
Op 26 maart zal het rapport worden aangeboden aan de Minister van VROM, mevr. dr. Jacqueline Cramer.
Het rapport heb ik geschreven met actieve steun van het uit 12 gerenommeerde deskundigen bestaande Informele Platform Milieu en Gebiedsontwikkeling en het adviesbureau H2Ruimte.
De publicatie is (gratis) op te vragen bij mijn secretaresse, mevr. Natasja Glavivans n.glavimans@bouwfonds.nl . Het is als pdf hier te downloaden. 